Recensie ‹H› Art 16.05.2013

Nog geen 3 jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met het schilderwerk van Hans Everaert.
Hij genoot zijn schildersopleiding aan de Academie van Sint-Niklaas en kwam toen voor het eerst naar buiten (herfst 2010) met een tentoonstelling in galerie Het Vijfde Huis in Antwerpen. Everaert schreef zich voor een groot stuk in in een typisch genre van Vlaamse (of Belgische) hedendaagse schilderkunst dat door curator Sven Vanderstichelen in de zomer van 2009 mooi werd samengevat in de expo ‘Fading’ in het Museum van Elsene. Everaert was er toen (nog) niet bij, maar intussen is ook Vanderstichelen geporteerd door zijn werk. De schilder begon met doeken waarin contouren, hints, aanwijzingen van een bepaalde, meestal landschappelijke of architecturale sfeer belangrijk waren, zonder duidelijke aanwezigheid van menselijke figuren. Nadien ging hij een sterkere picturaliteit nastreven, op zoek naar visueel pregnante beelden, die een herinnering in zich droegen. 

Momenteel toont Everaert werk in galerie Het Vijfde Huis, dat weer een nieuwe evolutie markeert. Sven Vanderstichelen omschrijft het als volgt: “De schilderkunst van Hans Everaert vertrekt vanuit het elementaire. Het opsplitsen in elementen, of in fragmentatie, is de bron van alle leven. Cellen delen zich tot nieuwe cellen, alles splitst zich telkens weer af.” Vanderstichelen omschrijft het als een ‘mentale landschappelijkheid’ en dat is perfect wat er nu te zien is. Everaert heeft de band met het figuratieve voor een groot stuk losgelaten en werkt aan een vorm van omgekeerde abstrahering, terug naar de oer-vormen. Een werk als ‘Origin’ doet denken aan celdelingen, ‘Beneath the surface’ toont lava-achtige structuren, ‘World Wide Web’ doet dat met het virtuele spinnenweb. Maar de zin voor het plastische zoeken blijft: soms schildert Everaert een lijn als aanzet, maar die blijkt dan zo mooi en vloeiend dat hij ze als ‘af’ beschouwt, zoals in het werk ‘Elegance Matters’. Of hij gaat de radicale toer op, zoals in ‘Fucked Up Planet’, waarin dreigende kleuren en vlakken duiden op overstromingen en vervuiling in abstraherende stijl. Wat Everaert in de eerste plaats nastreeft is een “zwierig, niet-beredeneerd schilderen” zoals hij het zelf noemt. Dat zit er zeker in, maar wat vooral opvalt is zijn razendsnelle evolutie in zo weinig jaren. Een evolutie in positieve zin, bedoelen we dan.

Marc Ruyters, Mei 2013