Interview

Sven Vanderstichelen: Hans, je bent de laatste jaren serieus geëvolueerd, van iemand die toch wel nauw aanleunde bij de figuratie naar het nu meer neigen naar abstractie en zuivere abstractie, vanwaar…?

Hans Everaert: Omdat mij dat als schilder alsmaar boeiender gaan lijken is. Gaandeweg constateer je dat je eigenlijk minder figuratie kunt ‘verdragen’ in een werk, bepaalde dingen beginnen je te storen en andere beginnen je meer te boeien, en dat zijn dan in mijn geval de meer abstracte elementen, als je ze al zo wil benoemen - want ik vind dat daar nog altijd wel sporen van figuratie in zitten, al zijn het misschien minder de echte visuele aspecten maar meer de fysieke aspecten van de realiteit die mij zijn gaan boeien en die ik…

SV: … als een soort huid, verf als een soort huid?

HE: … ja, huid, of onder de huid… ik probeer misschien vooral dingen te vertalen naar verf die zich net niét op de huid afspelen, maar er ofwel onder (in de fysieke sfeer, zeg maar), ofwel er boven (in de efemere sfeer). En vooral de fysieke sfeer interesseert mij dan meer en meer.

SV: Je ziet dat je vaak abstractere vlakken onderbreekt door perspectieflijnen en dergelijke… toch nood aan het creëren van een soort ruimte, en niet in de verf te blijven?

HE: Ja, als ik zelf het gevoel krijg op een bepaald moment dat ik bijna in het luchtledige zou beginnen te werken, dat de abstractie totaal geen verankering meer heeft, dan zal ik naar oplossingen zoeken. En een oplossing kan dan inderdaad zijn om toch ergens iets figuratiefs, een perspectieflijn of whatever, erbij te betrekken, want ik wil finaal wel een onderwerp hebben. Mijn schilderijen hebben voor mijzelf een heel concreet onderwerp, dat kan onduidelijk zijn, dat kan bijna verstopt zitten in de verf, maar ikzelf heb wel een heel duidelijk idee van context, van waar het in een heel ruim register over gaat…

SV: Ik voel in de experimenten die je aangaat een soort nood aan meer lagen, aan gelaagdheid, en die lagen ga je dan bijna beheerster vervuilen. In hoeverre is techniek belangrijk in een opzet, in de opbouw van een goed abstract of pseudo-abstract werk?

HE: Techniek, ja, wellicht… maar in ieder geval gelaagdheid… Als ik een heel vlak beeld heb - zeg maar één laag - dan merk ik dat dat voor mij niet werkt. Mijn werk heeft meer lagen nodig, vervuiling ook, of een soort van ‘geschaafdheid’ op sommige momenten. En techniek komt gewoon door het veel te doen… Ik bedoel, ik weet ondertussen wat werkt en wat niet werkt. En ik probeer continu nieuwe dingen, want ik ben nogal een experimentele schilder, dus ik doe dan ook geregeld dingen kapot en verkeerd enzovoort, maar gaandeweg bouw je natuurlijk wel een métier op, en dat blijft altijd een métier dat aaneen hangt van de toevalligheden, maar die toevalligheden leer je dan te sturen. En dat maakt het ook voor mijzelf boeiend, want mocht de techniek ook betekenen dat ik altijd perfect zou weten wat het eindresultaat gaat zijn, dan zou ik ten eerste een heel andere schilder zijn, en denk ik in zekere zin ook een minder goede schilder, met minder boeiende eindresultaten voor mijzelf.

SV: Aan het verloop van uw werk, aan het parcours dat je hebt afgelegd, zie ik dat je ‘gestueler’ wordt, het lijkt alsof je alsmaar minder statisch voor een doek blijft, maar dat de schriftuur en de gestes een belangrijk facet geworden zijn - het wegvegen, het afwassen en het terug bijna gaan bekladden als ik het zo denigrerend mag vertalen…

HE: Ja, het komt daar voor een stuk op neer… maar dat dan altijd op een beheerste manier, met een bepaald resultaat in het achterhoofd. Ik gebruik ook andere materialen om mee te schilderen, niet enkel verfborstels maar ook aftrekkers en karton enzovoort, dat soort dingen, die ook nadrukkelijkere sporen achterlaten in de verf en op het doek. Dus dat gestuele is belangrijk gewoon om een bepaalde spontaneïteit en een bepaalde verrassing in een werk te krijgen - want als alles te bedachtzaam geschilderd is, dan vind ik dat je meestal ook een bedachtzaam eindresultaat krijgt… en ergens betracht ik om in ieder werk minstens één heel onverwachte actie te ondernemen, liefst meer maar zeker één onverwachte ingreep die het werk ook mysterieus maakt, of…

SV: … een eigenheid geeft…?

HE: … ja, of om het met een heel ambitieus woord te zeggen, die het werk ook ‘geniaal’ maakt, waarvan je denkt: ‘hier is iets gebeurd’, dat fascineert en dat misschien onbegrijpelijk is, maar tegelijkertijd wel ‘juist’… dat je het gevoel hebt ‘dat is een heel drastisch manoeuvre, maar kijk, ik accepteer dat, ik vind dat een juist manoeuvre.’ En dat is dan eigenlijk ook een heel intuïtief manoeuvre, dat kan bijna geen bedacht manoeuvre zijn. Dus ik moet constant een balans vinden tussen intuïtief zijn en beheerst zijn, tussen bedachtzaam zijn en niet bedachtzaam. En als je in het eindresultaat ziet dat die balans goed zit, dat ik met die twee componenten op een goede manier gewerkt heb om tot een bijzonder eindresultaat te komen… dat is ongeveer mijn ambitie, of mijn démarche…

SV: Ik zag in uw atelier ook dat je een ruimte had waar je allemaal beeldmateriaal verzamelde waarop je je inspireerde. Ik kan me inbeelden dat binnen een figuratieve wereld die beelden zeer inspirerend werkten, maar in hoeverre heb je nu nog dat houvast aan die gekende of opgezochte beelden nodig om uw werk op te bouwen?

HE: Eigenlijk zou ik zeggen ‘totaal niet’, maar allez, misschien dat ik heel af en toe nog eens een referentie opzoek... alhoewel, ik kan me niet herinneren dat ik het laatste jaar nog heel specifiek een foto gaan opzoeken ben… Want - omdat je ernaar refereert - die foto’s waren echt geklasseerd volgens het soort object dat er opstond: architectuur, bomen, bloemen, dat soort dingen… En eigenlijk was het in mijn schilderen altijd mijn doel om dat onderwerp los te laten, maar ik vertrok er wel nog van. Vandaag vertrek ik toch meer op een andere manier…

SV: … vanuit het experiment zelf?

HE: … ja, vanuit een bepaalde textuur, een bepaalde combinatie van kleuren, eventueel – inderdaad – perspectieflijnen, of een landschappelijke ruimte... En dan is de vraag: als je een landschappelijke ruimte hebt, pak je dan de horizon in beeld of niet in beeld, dat soort dingen… maar daarvoor heb je geen foto’s nodig… dus de benadering is wel veranderd ja…

SV: Ik zie u, zoals veel van uw tijdgenoten, teruggrijpen naar zeer dwingende kleurpaletten. We komen uit een periode waar vaak over ‘de grijze school’ gesproken werd, met iets valere kleuren, uw eerste werken lagen ook meer in die gedempte timbres, terwijl het in uw laatste werken bijna spettert van manoeuvres of ingrepen in zeer contrasterende kleuren, als ik het zo mag noemen. Vanwaar die keuze om het pallet te verplaatsen?

HE: In de eerste plaats omdat het mij boeit, omdat ik vind dat het werk daardoor uitdagender wordt…

SV: … iets agressiever?

HE: … ja, ja, misschien iets minder ‘klassiek’… Mijn vroeger werk zat inderdaad dichter bij de grijze school, maar zelfs nog ver daarvoor... - waardoor je veel referenties naar ‘de traditie’ krijgt… Terwijl ik denk dat je in mijn recenter werk meer een actuele schilder ziet, die een soort van spanning oproept die op een of andere manier in onze hedendaagse omgeving zit... en dat je die spanning meer voelt in dat werk. Harmonie is eigenlijk bijna niet van deze tijd, dus dat je daar toch op die manier…

SV: … dissonant…?

HE: … ja, dat je die dissonanten… dat je daar ook de waarde van inziet, dat die eigenlijk wel sterk zijn. Ik heb dat niet bewust gedaan, ik vind gewoon dat daardoor voor mij  boeiender werk ontstaat. En het creëert ook gewoon weer een heel register aan nieuwe mogelijkheden… Van nature filtert je actieterrein zich wel wat uit en gaat dat in mijn geval meer in de richting van een bepaald soort abstractie, maar anderzijds mag dat terrein niet te klein worden, want dan voel je zelf dat je eigenlijk aan het verarmen bent en dat het sterieler wordt. En misschien is dan die uitbreiding van het pallet, zoals jij dat noemt, een manier om daar de zaken terug breder te maken, meer mogelijkheden te geven. Ik heb er nog niet echt over nagedacht…

SV: Ik denk dat je er niet teveel moet over nadenken, maar er volledig moet voor gaan…

Hans Everaert in gesprek met Sven Vanderstichelen (Maart 2014)